Gabriël Fauré

Gabriël Fauré

Requiem

"Een heel menselijk gevoel van hoop in eeuwige rust." Zo omschreef de Franse componist Gabriel Fauré (1845-1924) zijn Requiem. Waar de meeste requiems verdoemenis en rouw verklanken, heeft Fauré juist een requiem vol hoop gecomponeerd. Maar dat ging niet vanzelf: het was een proces dat wel 23 jaar zou duren.

Het einde van Fauré's leven was nog lang niet in zicht toen hij zijn Requiem begon te componeren. Nog maar net 40 jaar was hij en vol originele ideeën: hij wilde namelijk een heel ander requiem schrijven dan gebruikelijk was. De dramatische en bombastische requiems verafschuwde hij en de treurige muziek van de requiemmis kende hij inmiddels ook al door en door; als organist had hij talloze rouwdiensten begeleid. Maar bovenal had Fauré een heel andere visie op de dood dan in deze requiems te horen was.

"Een gelukkige bevrijding, een streven naar geluk hierboven in plaats van een pijnlijke ervaring," zo beschouwde Fauré het sterven.

En dat uitte hij in de hoopvolle en ingetogen klanken van zijn Requiem.

"Mijn Requiem is zachtmoedig van temperament, zoals ikzelf," zei hij erover. "Het drukt niet de angst voor de dood uit. Iemand noemde het zelfs een wiegelied van de dood."

Hoewel Fauré zichzelf niet als een gelovige beschouwde, vormde kerkmuziek toch een groot onderdeel van zijn leven. Als organist in verschillende kerken in en rond Parijs voorzag hij de kerkdiensten bijna zijn hele leven lang van muziek. Daarnaast studeerde hij als jongen elf jaar lang en werd bij zijn opleiding tot koormeester onderwezen in allerlei aspecten van kerkmuziek.

Fauré's kijk op religieuze muziek werd sterk beïnvloed door de oorspronkelijke Gregoriaanse zettingen van de katholieke mis. De ingetogenheid van deze oude, kerkelijke muziek hoor je ook in het Requiem van Fauré.

Fauré's eerste stap in het lange componeerproces van het Requiem was meteen kenmerkend. Van alle delen die in een requiem kunnen voorkomen, koos hij in 1877 om muziek te componeren voor het Libera Me (Bevrijd mij van de dood). De tekst van dit deel sluit perfect aan bij Fauré's beschrijving van de dood als een "gelukkige bevrijding" en het vinden van eeuwige rust.

Meer dan tien jaar later voegde hij het Libera Me toe aan zijn Requiem en componeerde hij het Offertorium. Fauré heeft bewust geen Dies Irae in zijn Requiem opgenomen - een donderend deel over de Dag des Oordeels paste niet in zijn visie op de dood.

En hij zette het In Paradisum bewust aan het slot van zijn Requiem, als verklanking van de hoop op het eeuwige leven na de dood.

Fauré zou dit aantal delen niet meer uitbreiden; toch voegde hij nog wel fagotten, hoorns en trompetten toe. De bezetting bleef kleinschalig.

Eind negentiende eeuw werd er echter een versie gepubliceerd voor koor en compleet orkest, omdat dit het Requiem geschikter zou maken voor uitvoeringen in de concertzaal. Van deze versie is alleen niet zeker of het door Fauré of van een van zijn leerlingen is geschreven.  Deze grote versie werd in de twintigste eeuw het meest werd uitgevoerd, evenwel is de intieme versie uit 1893 ook nog steeds in omloop. Met zowel Fauré's verfijnde componeerstijl als intenties in gedachten - het componeren van een Requiem vol hoop en verlichting - zou je kunnen zeggen dat deze versie het dichtst in de buurt komt van wat Fauré met zijn Requiem heeft bedoeld:

Een blik naar de hemel, niet naar de hel.

 

Het Requiem van Fauré staat al jaren in de top 10 van de Klassieke Top 400.  In 2022 staat het werk op nr.5 

 

 

============

 

Cantique de Jean Racine 

Cantique de Jean Racine is een werk voor gemengd koor en piano of orgel gecomponeerd door Gabriel Fauré.

De toen negentienjarige componist schreef het werk in 1864/1865. Met het stuk won Fauré de eerste prijs toen hij afstudeerde in Parijs.

De première van het stuk was een jaar later op 4 augustus 1866, begeleid door strijkers en orgel.

Het werd voor het eerst gepubliceerd rond 1875 en verscheen in een versie voor orkest in 1906.

De tekst, ‘Verbe égal au Très-Haut’, is een  bewerking van een hymne van Jean Racine. 

Gabriel Fauré heeft een moderne interpretatie gegeven van een klassiek werk dat voortborduurt op een vroegchristelijk lied. Een werk met veel lagen! 

 

Verbe égal au Très-Haut, notre unique espérance. Jour éternel de la terre et des cieux.  Nous rompons le silence de la paisible nuit, Divin Sauveur, jette sur nous les yeux.  Répands sur nous le feu de ta grâce puissante, que tout l’enfer fuie au son de ta voix.

Dissipe le sommeil d’une âme languissante qui la conduit à l’oubli de tes lois!

O Christ sois favorable à ce peuple fidèle, Pour te bénir maintenant rassemblé. Reçois les chants qu’il offre à ta gloire immortelle.

Et de tes dons qu’il retourne comblé.

 

Vleesgeworden Woord van de Allerhoogste! Onze enige hoop. Eeuwig licht van hemel en aarde, Wij verbreken de vredige stilte van de nacht, Goddelijke Redder, richt Uw oog op ons. Spreidt het vuur van Uw  alomvattende genade over ons uit.  Zoat de helse nachten vluchten op het horen van Uw stem.

Verstoor de slaap van de sluimerende  zielen, want hij voert hen weg van Uw wetten!

O Christus, ontferm U over dit volk, nu bijeen om U te loven.  Ontvang de lofprijzing van Uw eeuwige Naam.

Moge Uw volk heengaan, vervuld van Uw genade.